Loading images...

De bosuil is terug in de wijk
Het zijn geheimzinnige vogels, die bosuilen. Hun leven speelt zich voornamelijk af in de nachtelijke uren. Daaraan zijn ze dan ook optimaal aangepast. Zo kunnen ze prima zien bij zelfs het kleinste spoortje maanlicht en vliegen ze in stealth-modus door een zeer fijn gewimperde vleugelrand. Bosuilen lijken soms vrij forse vogels, maar onder de enorme hoeveelheid veren bevindt zich eigenlijk een verrassend kleine vogel. Uilen kunnen hun ogen niet verdraaien in hun kassen. Deze handicap compenseren ze door een flexibele hals die bijna volledig rond kan draaien. Het bekendst is misschien nog wel de spookachtige roep – graag gebruikt in griezelfilms – van de mannetjes, vaak beantwoord door de ijselijke kreet van de vrouwtjes

De groene spechtDe groene specht
De groene specht is dankzij het groene verenkleed en de zwart met rode kop een opvallende vogel die met name leeft in bosachtige gebieden met veel open plekken. Het mannetje onderscheidt zich van het vrouwtje door de aanwezigheid van een rode snorstreep.

Het voedsel bestaat uit mieren, andere insecten en bessen. De mieren vormen het belangrijkste voedsel en worden door de groene specht op de grond gevangen, waarbij de vogel met krachtige sprongen rond hipt.

Het nest bouwt de groene specht in een zelf uitgehakte holte in een oude boom. In tegenstelling tot veel andere spechten roffelt de groene specht nauwelijks op bomen. De roep van de groene specht is een luid lachend kluu kluu kluu, waarmee de vogel zijn territorium afbakent. 
De vogel neemt toe in aantal in de wijk Schothorst. Dit omdat het aantal grasveldjes toeneemt en de vogel houdt van open terrein. Hij is gek op mieren en de larven. Je krijgt er gaten van in je gazon.
  
De kievitDe kievit
De lucht kan er op mooie dagen in het voorjaar van vervuld zijn: 'Tjoewiet', de kreet van de kievit die zijn eigen naam roept. De spectaculaire buitelende capriolen, het elegante pak en de kuif als een lange veer op de hoed van een Musketier verschaffen de kievit een gracieus voorkomen. Kieviten broedden oorspronkelijk op grassteppen in gematigd Europa en Azië. Deze habitat werd echter al snel door de mens in gebruik genomen om vee te weiden en gewassen te verbouwen. De kievit heeft zich hieraan goed aangepast en het is één van de weinige soorten die zich goed in stand kan houden op akkers en weilanden in Nederland.

Heel bijzonder is nu dat de kievit nog steeds broed in de Schothorsthoek!
In het maisakkertje komen elk jaar 3 tot 5 paartjes en broeden met succes enkele broedsels uit. Net voor de mais te hoog wordt zijn de broedsels vliegensvlug. Als de landbouw hier verdwijnt is het ook met de kievitten gedaan omdat ze houden van lage akkers en zich goed aangepast hebben aan de agrarische cultuur. we moeten blij zijn dat elk jaar de nesten gemarkeerd worden zodat de zware machines de nesten ontzien. We horen de vogels vanaf februari en gedurende de lente en zomers ook snachts hun kleine gebied tegen inderingers verdedigen. Als je begin april met een verrekijker het veldje afspeurt kun je elk jaar de vogels en hun jongen goed zien.

De zwarte kraaiDe zwarte kraai
De zwarte kraai is een slimme vogel. Vroeger kwam hij enkel voor in stille bossen maar de laatste jaren zie je hem steeds meer in onze wijk. Het is een geduchte rover, eieren en jonge vogels staan op het menu. Je ziet ze veel tussen het afval scharrelen. Ze broeden nu ook in de wijk. In de zomer van 2006 waaide een nest uit de eik en de volgende dag vond ik deze knaap. In een oogwenk was hij tam. Brutaal kun je wel zeggen. Toen de slagpennen volgroeid waren is meneer vertrokken. De kinderen in de buurt hebben dankzij Gerrit een geweldige zomer gehad.

De putterDe putter
Deze bonte verschijning is vaak te zien in de bosjes, op zoek naar zaden van de distel. Of hij in onze wijk broed is mij niet bekend maar elk jaar zie ik wel een paar paartjes. De putter is door de bont gekleurde kop van zowel het mannetje als het vrouwtje een onmiskenbare vogel die met geen enkele andere vogel te verwarren is. In de vlucht valt vooral de brede, gele vleugelstreep over de verder zwarte vleugel op. Ook de zang van de putter is duidelijk herkenbaar en bestaat uit een snelle opeenvolging van korte, gevarieerde tonen. De putter laat de zang vooral in de vlucht te horen.
Buiten de broedtijd wordt de putter vaak in groepjes gezien in de buurt van distels. Om deze reden wordt de putter ook wel distelvink genoemd. 

De spotvogel
Voor het gezang van deze bescheiden vogel stap je van je fiets. Je vergeet waar je mee bezig bent en je wordt overvallen door een symphonie van klanken. Zijn verschijning blijft je bij zoals je eerste vriendin. Het is moeilijk uit te leggen, het is gevarieeerder dan een merel, sneller dan een nachtegaal en verveelt geen moment. De voorkeur van de Spotvogel gaat uit naar halfopen gebieden met jong loofhout en bosjes die niet al te dicht zijn begroeid. Hoewel de voorkeur ook uitgaat naar gebieden die wat vochtig zijn, is de verspreiding van de Spotvogels opmerkelijk egaal. Wel worden Spotvogels vaak geassocieerd met boerenerven en boomgaarden of houtsingels, maar men kan ze evengoed aantreffen middenin een woonwijk van een dorp.  Hij kwam regelmatig voor in onze wijk maar zijn biotoop verdwijnt langzaam.

Bonte vliegenvanger
Als je geluk hebt krijg je eind mei bezoek van deze bonte trekvogel. Hier en daar is nog een mezenkast vrij en door de late komst uit Afrika is de keuze beperkt. Het is een stille vogel die uren vanaf een takje geduldig wacht tot er een insect voorbijkomt. Met een sierlijke vlucht wordt het insect gepakt en keert de vliegenvanger terug op zijn plek. Zijn zang mag geen naam hebben maar het ingetogen leven van deze vogel merk je wel op door zijn bonte verschijning. Een keer heeft deze vogel gebroed in mijn nestkast. 

Witte kwikstaart
Nog niet zo lang geleden was deze vogel zeer algemeen, ook in onze wijk. Bij elk erf en vooral rond het Bartelinkslaantje zag je hem op de weg zoekend naar insecten. Zijn nest is opvallend vaak in de buurt van woningen, tussen dichte begroeing maar toch makkelijk te vinden. Dee vogels zijn zeer honkvast maar ik zie ze steeds minder vaak omdart de begroeing van de straatkant afneemt. gewoon door voedselgebrijk zoekt hij zijn heil elders. Toch hoort hij thuis in het Twentse landschap.
 
Vlaamse Gaai
De grootste rover in de wijk is deze gaai. Hij is er direct oorzaak van dat de legsels van de lijsters meestal mislukken. Het is een plaag aan het worden, mede omdat het dier bijna geen natuurlijke vijanden heeft. De vogel bespied uren uw tuin om bij voorkeur jonge vogels te pakken. Zolang de lijsters broeden laat hij ze met rust maar zodra de ouders voedsel zoeken voor hun jonge kroost slaat hij toe. Het is wel een schitterende vogel die vroeger ook wel tam gehouden werd. Het mannetje en het vrouwtje zien er precies hetzelfde uit. Dat is bij de meeste andere vogels niet zo, meestal heeft het mannetje mooiere veren. De jonge Vlaamse Gaaien lijken heel erg op hun vader en moeder.   
 
Gekraagde roodstaart
De Gekraagde Roodstaart heeft haast een exotisch uiterlijk met een sneeuwwit voorhoofd en z'n prachtig roestrode borst. De staart is vooral bij het vliegen, evenals bij het grauwbruin gekleurde wijfje, duidelijk rood gekleurd. Wijfjes van de Gekraagde Roodstaart kunnen gemakkelijk worden verwisseld met de wijfjes van de Zwarte Roodstaart. Hierin ligt de oorzaak dat late najaars- en winterwaarnemingen van de Gekraagde Roodstaart meestal de Zwarte Roodstaart betreffen, omdat die soms zelfs 's winters overblijft. De vroeger in Nederland algemeen voorkomende Gekraagde Roodstaart is zo geleidelijk aan op veel plekken zeldzaam geworden, met name in cultuurbos en loofbos. Dat kan in verband worden gebracht met de verwaarlozing van de vele eikenhakhoutbossen in Nederland. In de Schothorsthoek zijn elk jaar enkele paartjes te vinden bij boerderij-achtige opstallen. Bij de aanbouw van het jachthuis broedde elk jaar een paartje.

 Zanglijster
De zanglijster heeft het moeilijk in onze wijk. Er is plek genoeg om te nestelen maar de vogel die een prachtig nest bouwt heeft veel last van Gaaien en Eksters. Bijna alle broedsels gaan verloren.  In de dorpen heeft een zanglijster genoeg aan zo'n 2 hectare. In de bossen hebben ze wat meer ruimte nodig: zo'n 3 tot 5 hectare. Is in onze wijk zomergast. De vogels in de dorpen blijven soms. De anderen trekken weg rond september/oktober en gaan dan naar Zuid-Europa en Noord-Africa. In Maart zijn de trekkers weer terug. Soms zelfs al in Februari. Maar nadat de jongen goed en wel zich zelfstandig kunnen helpen, zijn ze uit het broedgebied verdwenen.

Fitis
Als de fitis in je tuin komt komt de winter niet meer terug. De zang en de kleur van de poten zijn ongeveer de enige kenmerken waardoor de fitis van de tjiftjaf te onderscheiden is. De poten van de fitis zijn duidelijk lichter, terwijl de zang uit een lange serie aflopende tonen bestaat. Zoekend naar voedsel zoals insecten en spinnen is de fitis bijna voortdurend in beweging. In het najaar neemt het gewicht van de fitis toe van ongeveer acht gram tot soms wel meer dan 14 gram. Het extra gewicht bestaat voornamelijk uit vet, dat de vogel nodig heeft als energie om de overwinterplaats in Midden-Afrika te bereiken.
In het voorjaar keert het mannetje als eerste terug, zodat een territorium bezet kan worden voordat de vrouwtjes arriveren. De mannetjes hebben vaak met meerdere vrouwtjes tegelijk een nest, maar helpen wel alle deze vrouwtjes met het voeren van de jongen. Ze broeden op de grond tenminste daar waar niet geschoffeld wordt.

Zwartkop
Als je een zwartkop in je tuin hebt zijn er ook brandnetels en bramen. De vogel houdt van verwilderde bosranden. Door steeds natuurlijker bosbeheer en het ouder worden van bossen in Flevoland en in de duinen is het aantal zwartkoppen sterk toegenomen. Door deze ontwikkelingen is het zangtalent van de zwartkop overal in Nederland te horen. In vergelijking met het naaste familielid – de tuinfluiter – gaat de voorkeur uit naar oudere bomen en struiken. Zwartkoppen danken hun naam aan de zwarte veertjes boven op de kop, als een zwarte alpinopet. De vrouwtjes van de zwartkop heten óók zwartkop, maar hebben een roestbruin petje op.  In de Hasseler Es neemt het aantal broedparen af doordat steeds meer bosranden verdwijnen.

De bonte specht.
Als uw nestkastjes ook elk jaar aan vervanging toe zijn omdat het gat steeds groter wordt is de bonte specht aan het werk geweest. De grote bonte specht is aangepast op een leven in de bomen. De tenen zijn zo geplaatst dat de vogel gemakkelijk verticaal kan klimmen. De staart is stevig en wordt tijdens het klimmen als ondersteuning gebruikt. De stevige, scherpe snavel van de grote bonte specht wordt door de vogel onder andere gebruikt om een nestholte uit te hakken, om voedsel te zoeken en om contact te maken met soortgenoten. Het voedsel wordt voornamelijk gevonden op stammen en takken van bomen, waarbij de snavel gebruikt wordt om insecten en kleine diertjes uit het hout te lokken. Hij neemt in aantal toe. Hij broed vaak jaren aaneen in dezelfde boom. Nestkasten laat hij links liggen.